Beëindiging Stoppersregeling

Beëindiging Stoppersregeling

21 december 2017

Op 1 januari 2020 eindigt de Stoppersregeling van het Actieplan ammoniak. “Alle veehouderijen moeten dan voldoen aan de regels in het Besluit emissiearme huisvesting. Er is dan geen nationaal gedoogbeleid meer waar pluimvee- en varkenshouderij of gemeenten zich op kunnen beroepen.”

Bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de Stoppersregeling moeten op 1 januari 2020 zijn gestopt met de intensieve varkens- of pluimveetak – of alle huisvestingssystemen moeten op dat moment voldoen aan de eisen in het Besluit emissiearme huisvesting.

Infomil publiceerde een informatiedocument met de belangrijkste aspecten. Hieronder een samenvatting.

Acties stoppende Veehouderijen

Melding Activiteitenbesluit

Het structureel beëindigen van een milieurelevante activiteit moet een bedrijf altijd melden. De melding moet uiterlijk 4 weken voor het beëindigen gedaan zijn.

Verzoek tot intrekking omgevingsvergunning milieu

In een aantal gevallen heeft het bedrijf een omgevingsvergunning milieu. Omdat de Stoppersregeling niet van toepassing is op IPPC-bedrijven, gaat het hier om een relatief klein aantal bedrijven. In het Actieplan staat dat een stopper een verzoek tot intrekking van zijn vergunning kan doen bij het bevoegd gezag.

Sloopmelding

Er geldt voor slopen een meldplicht via het Omgevingsloket.

Asbest

Bij RVO kunnen particulieren en bedrijven een subsidieaanvraag indienen voor het verwijderen van asbestdaken. De werkzaamheden moeten door een gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd. Mogelijk komt er een verplichting tot sanering van asbestdaken.

Ontheffing Wet natuurbescherming

Als er beschermde soorten in het te slopen gebouw zitten heeft een aanvrager het volgende nodig:

  • een ontheffing Wet natuurbescherming
  • hij moet aantoonbaar werken volgens een goedgekeurde gedragscode

Bodemonderzoek

Binnen zes maanden na het beëindigen van een inrichting moet de veehouder een bodemonderzoek laten uitvoeren als sprake is geweest van bodembedreigende activiteiten. Voor agrarische activiteiten (zoals het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen en het opslaan van drijfmest) waarvoor bodembeschermende maatregelen verplicht zijn, geldt geen bodemonderzoeksplicht. Voor andere bodembedreigende activiteiten, zoals de opslag van dieselolie, moet wel een eindsituatiebodemonderzoek worden uitgevoerd.

Regelingen bedrijfsbeëindiging (rood voor rood)

Diverse gemeenten en provincies hebben regelingen, zoals de ruimte voor ruimte regelingen, die het mogelijk maken om bij beëindiging van de veehouderij en sloop van stallen hiervoor in de plaats een woning te realiseren.

Acties bevoegd gezag

Aanpassen bestemmingsplan

In principe kan de gemeente, uiteraard goed onderbouwd, in het belang van een goede ruimtelijke ordening een locatie herbestemmen. Hierbij moet de gemeente rekening houden worden met planschaderisico.

Stoppen of doorgaan?

Mocht u door gaan met de intensieve varkens- of pluimveetak, dan moeten de stallen na 1 januari 2020 voldoen aan de eisen uit het Besluit emissiearme huisvesting.

Dit moet allemaal aangevraagd en vergund zijn voordat de aanpassing uitgevoerd kan worden. Het aanpassen kost tijd. Om te voorkomen dat stallen leeg gezet moeten worden, is het is belangrijk om ruim op tijd te zorgen voor de meldingen resp. de aanvragen. Dit geldt te meer als er ook een bouwvergunning nodig is. “Dat een stal nog gebouwd moet worden, is geen reden voor uitstel om aan het Besluit emissiearme huisvesting te voldoen.”