Geen eenduidige gezondheidseffecten, toch maatregelen

Geen eenduidige gezondheidseffecten, toch maatregelen

12 juli 2016

Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) en staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) informeerden 7 juli jl. de Tweede Kamer over het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (VGO-onderzoek).

‘De resultaten geven reden tot bezorgdheid en vormen aanleiding zich te beraden op maatregelen’, aldus het kabinet:

  • Verdergaande maatregelen om de luchtkwaliteit rondom pluimveehouderijen te verbeteren.
  • Het verder in gang zetten van het eerder aangekondigde wetsvoorstel dieraantallen, zodat provincies op dieraantallen kunnen sturen.

VGO-onderzoek

Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (VGO) is een vervolg op het onderzoek ‘Intensieve Veehouderij en Gezondheid’ (IVG) uit 2011.

Onderzocht is of het wonen in de buurt van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid van de omwonenden. Hieruit komen een aantal positieve en een aantal negatieve gezondheidseffecten naar voren. Een eenduidig antwoord is dan ook niet te geven, aldus het RIVM.

Conclusies

Hieronder de belangrijkste conclusies uit het VGO-onderzoek dat is uitgevoerd door het RIVM, de Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen UR en het NIVEL. Het onderzoek is uitgevoerd in het oostelijk deel van Noord-Brabant en in Noord-Limburg*.

  • Aangetoond is dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben. Dicht bij veehouderijen wonen minder mensen met COPD, een chronische ziekte aan de longen. Daar staat tegenover dat de mensen in deze omgeving die wel COPD hebben, daar vaker en/of ernstigere complicaties van hebben.
  • Verder is er een verband gevonden tussen wonen nabij veehouderijen en een verlaagde longfunctie. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door stoffen die afkomstig zijn van de veehouderij. Niet alleen dichtbij veel veehouderijen wonen zorgt voor een lagere longfunctie. De longfunctie wordt in het hele onderzoeksgebied lager op momenten dat de concentratie van ammoniak (een stof die afkomstig is van mest) in de lucht hoog is. Deze effecten zijn vergelijkbaar met de schadelijke gezondheidseffecten van verkeer in een stad.
  • De onderzoekers vonden dat er meer longontstekingen in het onderzoeksgebied voorkomen dan in de rest van het land; een verschil dat na de Q-koorts-epidemie van 2007-2010 wel kleiner is geworden. Er werd een verband gevonden tussen pluimveehouderijen binnen 1 kilometer afstand van de woning en een licht verhoogde kans op longontsteking.
    Het is onduidelijk of de extra longontstekingen in dit onderzoeksgebied worden veroorzaakt door specifieke ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn (zoönose-verwekkers), of dat mensen gevoeliger voor longontsteking worden door de blootstelling aan stoffen die veehouderijbedrijven uitstoten, zoals fijnstof, endotoxines (onderdelen van micro-organismen) en ammoniak.

*Sommige resultaten zijn mogelijk alleen van toepassing op het onderzochte gebied. Dat komt doordat lokale kenmerken, bijvoorbeeld luchtvervuiling uit omliggende industriegebieden, van invloed zijn op de bevindingen.

Maatregelen

Zijn maatregelen nodig? Het kabinet meent van wel. Is daarbij het aantal dieren of de schaalgrootte van belang? Het kabinet zal de onderzoeken en de verschillende effecten op de volksgezondheid die hieruit naar voren komen, grondig analyseren en na de zomer de Kamer informeren over de te nemen maatregelen en vervolgonderzoek.