Leefoppervlak en beluchtingsafstand bij opfokhennen gedefinieerd

Leefoppervlak en beluchtingsafstand bij opfokhennen gedefinieerd

13 oktober 2016

De systeembeschrijvingen van de volièrehuisvestingssystemen voor opfokhennen en hanen van legrassen jonger dan 18 weken (subcategorie E 1) zijn gewijzigd.

Er was onduidelijkheid over de berekening van de verhouding tussen roosters en strooisel. De tekst is op dit punt aangepast.

Voor het begrip leefoppervlakte bij opfokleghennen is geen definitie opgenomen in wet- en regelgeving. In de praktijk geldt dat de volgende onderdelen van de stalinrichting hierbij worden meegerekend: alle aanwezige roosters met daaronder een mestband, aanvliegplateaus tot 40 cm breed en zitstokken (per cm zitstok 30 cm2 oppervlak). Als meerdere zitstokken naast elkaar zijn aangebracht (alsof in een plateau), gelden als maat de buitenste zitstokken en de lengte van het systeem (net als bij roosters).

Het ‘gecorrigeerde oppervlak’ wat de stalbeschrijving vanaf nu hanteert is het totale leefoppervlak minus de aanvliegplateaus en zitstokken. Deze oppervlakte is nodig om de verhouding tussen roosters en strooisel te berekenen.

Daarnaast was het mogelijk om beluchting toe te passen op een breed oppervlak aan mestband, omdat er in de beschrijving geen eis werd gesteld aan het aantal buizen voor de aanvoer van lucht. Dit is aangepast door het aantal toe te passen buizen aan te geven, afhankelijk van de breedte van de mestband.

Per buis kan bij uitblazen naar 2 zijden (buis boven de mestband) maximaal een breedte van 2,5 m mestband worden belucht. Bij uitblazen naar 1 zijde (buis aan zijkant van de mestband) is dit maximaal 1,5 m.

De wijziging is op 21 september 2016 gepubliceerd in Staatscourant 2016, nr. 49500, en trad op 1 oktober 2016 in werking. U vindt de nieuwe stalbeschrijvingen op de site van Infomil.