NGE oneigenlijk in bestemmingsplan

NGE oneigenlijk in bestemmingsplan

6 augustus 2014

De Raad van State heeft in een uitspraak van 30 juli 2014 (201307521) bepaald dat de gemeenteraad van Bladel onterecht grenzen voor de bedrijfsomvang heeft opgelegd in het bestemmingsplan in de vorm van nge’s.

Steeds vaker stellen gemeenten in bestemmingsplannen beperkingen aan de omvang van veehouderijen. Dit gebeurt op verschillende manieren. In deze uitspraak oordeelde de Raad van State dat een beperking door het opnemen van een maximum aantal toegestaan nge’s niet kan.

Het bestemmingsplan voorzag een maximaal toegestane omvang van de stalruimte tot een equivalent van 300 nge (Nederlandse grootte-eenheden). Nge is een economische norm die voor agrarische bedrijven werd gebruikt om ze onderling te kunnen vergelijken. Het is echter geen kengetal wat gebruikt kan worden voor ruimtelijke of milieueffecten.

De Nederlandse grootte-eenheid (nge) is een economische maatstaf die gebaseerd is op het brutostandaardsaldo (bss = opbrengsten minus bepaalde specifieke kosten). Het is (was) een maat waarmee de economische omvang van agrarische activiteiten wordt weergegeven en waarmee gewas- en diersoorten in economisch opzicht met elkaar kunnen worden vergeleken. Ieder gewas- en diersoort heeft een “nge-waarde”.

Vanaf 2010 wordt de economische bedrijfsomvang en het bedrijfstype vastgesteld met de Standaardopbrengst (so) in plaats van met de nge. De nge-normen zijn in 2007 voor het laatst berekend, op prijsniveau 2004, en zullen ook niet meer worden aangepast.
Omdat het Ministerie is overgegaan op so’s (standaard omzet) in plaats van nge’s, publiceert het LEI (Landbouw-Economisch Instituut) geen nge-gegevens meer.

De uitspraak van de Raad van State leert dat de nge-normering niet geschikt is om de omvang van veehouderijen in een bestemmingsplan te beperken. Of het kengetal zich dan nog wel leent voor het vaststellen van de wederzijdse bedrijfsomvang van het aandeel intensieve t.o.v. het aandeel grondgebonden veehouderij in bestemmingsplannen waar intensieve veehouderij enkel voorbehouden is als neventak? Dat is in lijn van deze uitspraak maar zeer de vraag.