Vergunningplicht verandert

Vergunningplicht verandert

23 december 2012

Met ingang van 1 januari 2013 geldt voor veehouderijen onder de IPPC grens niet langer de uitgebreide Omgevingsvergunning maar het eenvoudiger Activiteitenbesluit. De uitgebreide vergunningplicht wordt vervangen door een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en de algemene regels van het Activiteitenbesluit.  

In plaats van een behandelperiode van 26 weken (die geldt voor een uitgebreide omgevingsvergunning milieu) wordt de aanvraag behandeld binnen 8 weken. Vaak met een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets, waarbij beperkt wordt getoetst aan één of enkele milieuaspecten.  

 

Voor IPPC-bedrijven blijft de (uitgebreide) vergunningplicht gelden vanaf de IPPC-drempels. Het gaat hierbij om:

  • zeugen (meer dan 750)
  • vleesvarkens (meer dan 2.000)
  • pluimvee (meer dan 40.000)

Onder deze aantallen is géén omgevingsvergunning milieu nodig. Wel kan een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig zijn.  

 

Voor een aantal specifieke, niet-IPPC-diercategorieën geldt een vergunningplicht vanaf de volgende dieraantallen:

  • 1.200 stuks vleesrundvee (A.4 t/m A.7)
  • 2.000 schapen of geiten (B.1)
  • 2.000 geiten (C.1 t/m C.3)
  • 3.750 gespeende biggen (D.1.1)
  • 200 melkrundvee (A.1 en A.2) waarbij het jongvee niet meetelt
  • 340 vrouwelijk jongvee (A.3) en overig rundvee
  • 100 paarden (K.1 t/m K.4) waarbij bijbehorende opfok jonger dan 3 jaar niet meetelt

Onder deze aantallen geldt is géén omgevingsvergunning milieu nodig. Wel kan een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig zijn. 

 

Voor nertsen is een omgevingsvergunning milieu al nodig vanaf 1 nerts.

 

Voor overige landbouwhuisdieren geldt een vergunningplicht zodra er meer dan
50 stuks worden gehouden. Hiermee worden dieren bedoeld die:

  • geen IPPC-dieren zijn (dus geen zeugen, vleesvarkens, pluimvee)
  • geen dieren zijn zoals hierboven genoemd als specifieke categorie
  • geen dieren bij een kinderboerderij zijn. Kinderboerderijen hoeven geen omgevingsvergunning milieu te hebben (tenzij er een andere activiteit dan het houden van dieren plaatsvindt, die vergunningplichtig is). 

Er kan wel een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig zijn.